Wat is een staatscommissie?

De Nederlandse politiek heeft een traditie in het instellen van commissies die regering en parlement adviseren over lastige kwesties. Die kwesties worden daarmee als het ware even in de luwte gezet. Soms heten die commissies staatscommissies.

Wanneer is een commissie een staatscommissie?

Daar zijn geen vaste regels voor. Er is wel een  gewoonte ontstaan. In de 19e eeuw al werden steeds staatscommissies ingesteld ter voorbereiding van een herziening van de Grondwet. Het waren dan ook veelal vooraanstaande politici die tot lid werden benoemd. En het kon ook gebeuren dat een minister van Binnenlandse Zaken de voorzitter van de staatcommissie werd. Het onderwerp was dus veelal het politieke bestel zelf  (inclusief de Grondwet). En de leden waren de spelers in dat zelfde bestel. Dus in feite adviseerde men aan zichzelf.

In de tweede helft van de twintigste eeuw begonnen de zaken wat te veranderen. Zo waren er commissies  die geen staatscommissie heetten, maar qua onderwerp en samenstelling er wel veel op leken (commissie-De Koning, de Nationale Conventie). De voorlaatste staatscommissie (-Thomassen) heette  wel een staatscommissie, zij ging ook over de Grondwet, maar werd bemenst door (overwegend) wetenschappers en niet door politici. Sinds de jaren negentig van de 20e eeuw vond men het namelijk niet meer passend dat de politiek aan zichzelf adviseerde. Vandaar deze samenstelling. Het bezwaar bij deze constructie is dat de politiek zich gemakkelijker van de inhoud van het advies kan distantiëren.

Qua samenstelling heeft de staatscommissie parlementair stelstel een gemengd karakter met oud-politici en wetenschappers. Daarmee lijkt zij nog het meest op de staatscommissie Cals/Donner uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

Staatscommissies worden door de regering ingesteld bij Koninklijk Besluit.