“Beter onderwijs nodig over democratie”

Begin oktober kwamen 31 docenten maatschappijleer vanuit allerlei delen van het land naar Utrecht om te reageren op de Tussenstand (het rapport dat de staatscommissie heeft uitgebracht). De docenten gaven aan dat het vak weinig status heeft en dat er meer uren en middelen nodig zijn.

Docenten praten over Tussenstand

In de bijeenkomst stonden twee vragen centraal. De eerste was: wat ervaar jij als het grootste probleem binnen het Nederlandse onderwijs wat betreft de democratische vorming, kennis en vaardigheden? Tijdens de tweede ronde was de vraag: wat heb jij, jouw school of onderwijsinstelling nodig om de democratische kennis en vaardigheden en attitude van leerlingen te bevorderen?

"Leuk om met leraren van heel verschillende scholen samen te zijn"

Van praktijkonderwijs tot gymnasium

De verscheidenheid aan deelnemers was groot. Er waren docenten die lesgeven op de zogenaamde "zwarte scholen" in stedelijk gebied, op "witte scholen" in gebieden waar veel rijke ouders wonen en op scholen in (krimp)regio’s waarbij leerlingen voornamelijk afkomstig zijn uit (agrarische) dorpen. Het onderwijsniveau varieerde van praktijkonderwijs tot aan gymnasium.

De docenten gingen in twee groepen aan de slag en de opbrengst van de eerste ronde bleek in beide groepen zeer eensluidend. Bij het uitvoeren van hun vak ervaren de docenten vooral een gebrek aan beschikbare lesuren en middelen. Het vak heeft volgens hen weinig status en wordt nogal eens als sluitpost gezien; vooral geschikt om (zo nodig via herkansingen) een compensatiepunt te halen voor het eindexamen. Verder werd aangegeven dat het ontbreekt aan heldere doorlopende leerlijnen. Zo is het feit dat de leerlijn stopt op het moment dat kinderen doorstromen naar het MBO een punt van zorg is. Juist dan naderen de leerlingen de stemgerechtigde leeftijd en is kennis over en ervaring met democratische grondbeginselen van groot belang.

Docenten praten over Tussenstand

De oplossingen

De oplossingen die in de tweede ronde centraal stonden hadden vooral betrekking op het uitbreiden van het aantal lesuren, het beschikbaar maken van meer middelen en het verplichten van een eindexamen maatschappelijleer in alle schooltypes. De docenten benadrukken ook het belang van tastbare ervaringen opdoen, zoals een bezoek aan de Tweede kamer, een rechtbank of de gemeenteraad. Maatschappelijke stages, debatten in de klas en een leerlingenraad die door het schoolbestuur serieus wordt genomen zijn ook heel nuttig. Ook de mogelijkheden om het onderwerp democratie en burgerschap in andere vakken (via de teksten die gebruikt worden in lessen Frans, Duits, Engels en Nederlands) aan de orde te stellen werd genoemd.

Na afloop van de bijeenkomst bedankte staatscommissielid Tom van de Meer alle deelnemers  voor hun betrokkenheid, de geanimeerde discussies en de nuttige input voor het eindrapport van de staatscommissie.