Referendum: zegen of vloek?

“De Nederlandse ervaring met het referendum heeft er stevig ingehakt”, zei Johan Remkes, voorzitter van de staatscommissie parlementair stelsel, donderdag 5 oktober bij het in ontvangst nemen van het onderzoeksrapport ‘Democratische zegen of vloek? Aantekeningen bij het referendum’. Remkes kreeg dit onderzoeksboek overhandigd in de Campus in Den Haag.

In het boek gebruiken de drie auteurs, allemaal werkzaam aan de Tilburg University, het Oekraïne-referendum als centrale casus, worden vergelijkbare EU-gerelateerde referenda belicht en ook meer duurzame referendumculturen doorgelicht.

“Op nationaal niveau heeft Nederland maar beperkte ervaring met een referendum”, zei Remkes. “In 2005 mochten de burgers stemmen over de Europese grondwet en vorig jaar over het associatieverdrag met de Oekraïne. Beide keren klonk er een luid en duidelijk nee en was het kabinet op zijn minst verlegen met de uitslag.”

Bij beide referenda was zo’n 80% van de leden van Tweede Kamer vóór, maar stemde zo’n 60-65% van de kiezers tegen. De vraag komt dan boven hoe het in onze representatieve democratie mogelijk is dat die stemverhoudingen zó ver uiteen lopen?

Zeker niet alles per referendum

Remkes benoemde 4 factoren binnen onze democratie die verklaren dat de meerderheid van de Tweede Kamer niet automatisch hetzelfde denkt als de meerderheid van de bevolking. “Dat wil niet zeggen dat er met de politieke representatie in Nederland iets mis is. In Nederland is grote steun voor de representatieve democratie. Een kleine meerderheid is voor het referendum maar dan als aanvulling op het huidige systeem. Men heeft zeker niet de wens om alles per referendum te gaan beslissen.”

Wat de staatscommissie betreft is het referendum een serieus te nemen onderwerp voor de toekomst. Maar er valt aan de vormgeving van het huidige raadgevende referendum nog wel wat te verbeteren, aldus Remkes. “Wanneer politici op voorhand aangeven de uitslag van een raadgevend referendum te volgen schuurt dat met de Grondwet”.

Geen eenheidsworst

Uit het boek blijkt dat het referendum geen eenheidsworst is. Onder gunstige omstandigheden blijken referenda een nuttige rol te kunnen vervullen in een gemengd democratisch bestel. In verkeerde handen kunnen ze stevig worden misbruikt; dat hebben referenda overigens gemeen met andere instituties, zoals de politieke partij of de massaverkiezing. Toegespitst op de Nederlandse polderdemocratie luidt de conclusie dat het referendum, als dit op juiste wijze is ingericht en ingebed, van toegevoegde waarde kan zijn.

Na de uitreiking van het boek volgde er een forumdiscussie met onder meer Ruud Koole, Wim Voermans, Niesco Dubbelboer, Pia Lokin-Sassen en André Krouwel.

Over de auteurs

Het boek is geschreven door Frank Hendriks, Koen van der Krieken en Charlotte Wagenaar. Frank Hendriks is hoogleraar vergelijkende bestuurskunde aan Tilburg University en gespecialiseerd in de vormgeving en transformatie van democratisch bestuur. Koen van der Krieken doceert aan de Tilburg School of Governance van Tilburg University en rondt een proefschrift af over lokale referenda. Charlotte Wagenaar doceert eveneens aan de Tilburg School of Governance en heeft een proefschriftonderzoek in ontwikkeling over de opzet en consequenties van alternatieve, niet-dichotome referendumdesigns.

Meer informatie

Het boek is te bestellen op de website van Amsterdam University Press

Lees de speech van de voorzitter van staatscommissie